Velvet

Interview


Rob Scheurwater

Lid van DAF (Dordtse Amateur Fotografen) en van ARRT

“Ik heb altijd wel gefotografeerd en een jaar of tien geleden ben ik lid van DAF geworden. Toen werd het de hobby waaraan ik vooral tijd besteed. Eerst was het een beetje aanklampen bij het niveau van de club, waardoor ik steeds stapjes vooruit kwam. Langzaam ging ik mijn ‘handschrift’ zien en kwam ik erachter wat ik leuk vind om te doen. Sowieso om musea te bezoeken en werk te zien van fotografen door wie ik me kan laten inspireren. Meestal kan ik mezelf een projectje opleggen waarmee ik aan de slag ga.

Velvet

Velvet

“Ik was ook altijd geïnteresseerd in de fototechniek en had diverse analoge camera’s. Dat is wat uit de hand gelopen. Ik ging weer analoog fotograferen en zelf ontwikkelen. Dat was hard werken, want de hele techniek moest ik weer uitzoeken. Uiteindelijk heb ik mijn weg hervonden. De laatste twee jaar ben ik weer heel simpel op pad gegaan met een digitale compactcamera met een 28 mm lens. Daarmee heb ik bijna negentig procent van mijn foto’s gemaakt.”

Hoe jong ben je begonnen met fotograferen?

“Ik had rond mijn 12e mijn eerste camera en fotografeerde vooral tijdens vakanties. De gekte van de laatste tien jaar was er eerder niet, omdat ik toen ook andere hobby’s had. Langzaam kreeg de fotografie toch de overhand. Ik vind het leuk om foto’s te hebben, maar het maken vind ik het belangrijkste. Graag ga ik ’s ochtends vroeg alleen op pad. Dat geeft me veel voldoening.”

Velvet

Ik zie achter je foto’s hangen, wat is dat voor werk?

“Van mijn ARRT-genoten. Vier fotografen van DAF vormen het collectief ARRT (beginletters van de voornamen), dat wekelijks eigen foto’s bespreekt. Zo probeer je verder te komen en elkaar te inspireren. Ik vind de bespreking in zo’n groepje ook fijner: je hebt meer tijd en ruimte voor diepgang. Ik vind het belangrijk dat je je foto’s wilt laten zien. We hebben als doel regelmatig te exposeren. Dat lukt redelijk en maakt me enthousiast.” Wat zijn de momenten van verandering in je werk?

“Ik wil dat foto’s inhoud hebben en een gevoel oproepen. Dat hoeft niet persé een fijn gevoel te zijn. Mijn foto’s zijn meestal wat melancholisch. Ik maak ook abstract werk en vind het mooi als mensen daar iets in kunnen zien. Die ontwikkeling heb ik doorgemaakt”

Zo te horen ben je consequent je pad aan het volgen.

“Ik ben geen mensenfotograaf. In Azië heb ik wel mensen gefotografeerd, maar ik denk niet: nu ga ik hier in Dordrecht ook de markt op, want dat ligt me totaal niet. Tachtig procent van mijn foto’s zijn zwart-wit en vierkant. Als ik terugkijk heb ik nu een handschrift waardoor mijn foto’s herkenbaar zijn als van mij. Dat heeft wel zo’n vijf jaar geduurd.” Hoe zou jij je foto’s omschrijven? Ik hoorde al melancholie.

“Er zit een bepaalde somberheid in. Iemand die mij inspireert is b.v. Michael Kenna. Die probeert in zijn vierkante zwart-wit foto’s ook met weinig beeldelementen te werken. Een landschap van hem is b.v. een foto waar enkele boompjes heel netjes gecomponeerd in het beeld staan. Daar houd ik van, er hoeft maar weinig op een foto te staan. Ik zie liever de boom dan het bos bij wijze van spreken, en zo weinig mogelijk afleiding eromheen.”

Analucia

Heb jij dat altijd zo gehad?

“Nee, ik ben begonnen met kleur en een digitale camera met een formaat van 4:3. Ik fotografeerde steeds meer in zwart-wit, maar in het begin technisch niet goed. Bij mijn laatste camera stel ik het in de camera in, dan heb ik weinig nabewerking. Daar streef ik ook naar. Ik gebruik Lightroom met alle mogelijke bewerkingen, en Photoshop nauwelijks. Ik wil wel een paaltje dat me stoort weghalen of rechtzetten, en iets kantelen als het moet. Ik ben meer van: als het er niet is dan is het er niet. Ik ga liever nog eens terug dan dat ik thuis probeer de foto te ‘vermaken’. We discussiëren daar wel over in ons ARRT-groepje.” Ben je perfectionistisch?

“Industriële foto’s moeten perfect zijn, helemaal kloppen, begin er anders niet aan. In zwart-wit ben ik wat losser, gemakkelijker, maar ik houd niet van een scheve paal. Die moet staan zoals het hoort en de horizon moet recht zijn. Daar ben ik kritisch in.”

Is er nog meer veranderd dan dat je van kleur naar zwart-wit bent gegaan?

“Ik ben steeds meer los van techniek. Mijn digitale Olympus is een jaar of tien oud en ik heb twee jaar terug zo’n compactcamera gekocht. Ik zie geen verschil in mijn foto’s tussen een dure full frame camera en het cameraatje dat ik heb. Het gaat om het beeld, niet om de techniek. Dat vind ik fijn bij de DAF, daar is het type camera en hoe je de foto maakt niet zo belangrijk. Bij natuurfoto’s soms wel, b.v. hoe heb je die achtergrond zo gemaakt? Daar pik je wat van mee, maar over het algemeen is de techniek ondergeschikt.” Wil je iets uitdrukken met je foto’s, wil je er iets mee zeggen?

“Ik wil mensen een gevoel geven, in een staat brengen dat er in het hoofd ook iets gebeurt. B.v. niet van: die foto is mooi en dan hup de volgende foto. Mensen moeten de foto ook wat tijd geven. Van mij hoeven er in een ruimte niet heel veel foto’s te hangen. Ik zag laatst in Helmond een expositie van Josef Koudelka. Daar hingen panorama’s van 1x2 meter. Het waren er zo’n 20 en ik vind dat prettig, ik kijk dan niet naar zo’n enorme hoeveelheid. Je hebt dat mooie boek van Salgado met honderden foto’s. Ze zijn mooi en interessant, maar op een gegeven moment heb ik het wel gezien. Hij had dat beter kunnen beperken tot 100 foto’s, dan had ik daar meer van kunnen genieten. Ik wil het wel allemaal zien, maar het is teveel voor me.”

Analucia

Waar jij op let bij het fotograferen is niet zozeer wat je ziet maar wat je voelt.

“Dat vind ik het belangrijkste. Ik had voor de BMK mijn serie ‘Velvet’ ingezonden. Daarin heb ik ook geprobeerd dat gevoel te vangen. Ik heb veel geleerd van die serie en ben blij dat ik kandidaat werd. Ik werk nu aan een serie ‘Melancholia’. Voor de volgende poging heb ik nog tijd maar de basis staat.”

Hoe ga je te werk als je op pad gaat?

“Ik ben nonchalant. Ik sta vaak met m’n cameraatje in de ene hand en met m’n andere hand in mijn broekzak. Als ik 600 foto’s maak ben ik blij als ik er een stuk of zes heb die ik kan gebruiken. Door de opmerkingen bij de bespreking kan ik dan nog voor een andere foto uit de serie kiezen. Meestal loop ik rond en als ik denk “dat kan een mooie foto zijn” loop ik er eerst rustig omheen en ga dan wat foto’s maken. Liever geen statief. Mijn lens is 28 mm en full frame. Soms kan ik niet dichtbij genoeg komen, dan laat ik die foto zitten en zoek iets anders. Ook met croppen kan je er geen telelensfoto van maken. Als ik denk: “dit is wat ik zocht en ik heb iets niet helemaal goed gedaan”, dan ga ik terug. Ook als ik met een andere lens wel kan maken wat ik voor ogen heb. Ik fiets vaak rond en kijk. Om in de Coronatijd de drukte te vermijden zoek ik in het weekend naar een industrieterrein waar het meestal heel rustig is.” Heb je dan een bepaald idee van wat je wilt?

“Ja, dat heb ik. Als ik de eerste keer ergens kom, zie ik het geheel en dat past niet in wat ik wil. Ik zoek het meer in detail, in wat simpeler objecten. Als ik abstract fotografeer, heb ik het soms over stukjes van 3x3 cm. Mijn camera heeft gelukkig een macrostand, waarmee ik er nog dieper op in kan gaan. Vaak zie ik al op de monitor dat het wat gaat worden en dat probeer ik er dan uit te krijgen.”

Besteed je veel werk aan het bewerken van je foto’s?

“Nee, ik mag iets recht zetten en ik heb natuurlijk wel de schuifjes van iets meer licht in de schaduw of het licht juist iets terug. Ik ken de zwakke punten van mijn camera. Ik moet oppassen met een lichte lucht, die kan weleens uitgebeten worden. Dan druk ik achteraf liever de donkere partijen wat door. Ik heb enigszins een analoge opvatting wat dat betreft. Wat er vroeger in de doka gebeurde doe ik nu met Lightroom.”

Velvet

Werk je ook in opdracht?

“Ik heb onlangs een huwelijksreportage voor vrienden gemaakt, iets buiten mijn comfortzone. We zijn onder een viaduct gaan fotograferen. Door Corona was de bruiloft over twee dagen verdeeld, zodat ik na de eerste dag zag dat er zeker genoeg foto’s oké waren. Zo had ik, als het niet goed was, nog een herkansing op de tweede dag. Ik vond het spannend om te doen, maar een advertentie voor meer opdrachten gaat er niet komen.” Wat maakt dat je het liever toch niet doet? “Je maakt foto’s waar zij blij mee zijn en niet waar ik blij van word. Ik heb eens een foto voor een boek over Dordrecht aangeleverd. Dat was leuk, alleen was er een bewerking op losgelaten. Ik herkende mijn foto nog wel, maar hij staat verder van mij af. Ik heb het maar laten gaan.”

Heb je enig idee over hoe je verder wilt gaan?

“Ik hoop dat we met ons ARRT-groepje meer exposities krijgen. Ik ben docent op een school en in onze fotoclub geef ik cursussen voor beginners en gevorderden. Ik zou dat vaker willen doen. Als ik meer tijd zou hebben, lijkt het me leuk om op pad te gaan met mensen en te kijken of ik hen misschien iets kan leren. Niet zozeer technisch, maar in het kijken. Ik heb een gevorderdencursus met als onderwerp ‘bomen’ gegeven. Dan toon ik een registratie van een boom en wil ik dat de cursisten op pad gaan en anders naar die boom kijken, en proberen gevoel in de foto te krijgen. Vaak komen mensen met een foto van een vlinder. Ik vind die vlinder ook heel mooi, maar zie hem liever in de natuur. Ik vind zo’n foto toch teveel registratie en dan kom ik ook niet verder dan ‘mooi’.”

Wil je, behalve naar buiten treden, nog meer met je werk?

“Ik heb m’n thema en werkwijze gevonden en daar wil ik verder mee. Ook door naar anderen te kijken met soortgelijke fotografie raak ik geïnspireerd en daar wil ik stapjes in maken.”

Welke fotografen spreken je aan?

“Ik noemde al Michel Kenna. En Todd Hido, die maakte een serie landschappen door een beregende autoruit. Fantastische foto’s! Van de ouderen bewonder ik Jozef Koudelka. Zijn zwart-wit werk in panoramaformaat is een inspiratiebron. Dit zijn fotografen die mijn gevoel weten te raken met hun sfeervolle foto’s. De kern van mijn werk is gevoel. Dat kan in het landschap en ook op een industrieterrein zijn. Ik ben niet gelovig, maar de symbolen van het geloof geven mij vaak een bepaald gevoel. Ik heb foto’s van religieuze beelden waarin een gevoel zit, dat mij ook raakt.”

Je maakt nauwelijks portretten?

“Ik heb een tijdje terug mijn neefje gevraagd om samen op pad te gaan om hem te fotograferen. Analoog en digitaal, en er zitten wel een paar mooie foto’s bij. Hij was er ook heel blij mee.”

Andalucia

Waar kijk je dan naar bij zo’n kind?

“Voor mij lag het accent op de blik en zijn ogen. Ik probeer zijn karakter naar voren te halen. Hij is 16, wat een spannende leeftijd is. Hij had een colbertje geleend en gecombineerd met een nette broek en schoenen. Speciaal, ook op mijn verzoek, om er netjes bij te staan. Zijn wat statige kleding paste prima in een industriële omgeving. In mijn laatste serie heb ik niet echt mensen gefotografeerd, maar wel b.v. benen van mensen. Soms vind ik dat mooier dan echte expressie. Ik wil de persoon hebben, maar ik hoef bij Melancholia niet persé een melancholische blik te hebben. Wel iemand met een houding die erbij past. “Fotografie is een kwestie van kijken, kijken en nog eens kijken. Daar moet de meeste tijd in zitten. Wat zie ik, wat wil ik laten zien en hoe breng ik dingen bij elkaar? Kijken vind ik ook belangrijk in mijn cursussen, dat is wat mensen moeten leren. Kijken, niet alleen met je ogen, maar ook met je hart. Je verstand gebruiken én je hart laten spreken. Als je dat doet, krijg je de foto’s waar ik van houd.”

Anna Basemans