Van de voorzitter


270 hoopvolle fotoclubs

Wat wil een foto-vereniging? Simpel: fotografen verenigen. Daar zijn ze voor opgericht. En die fotoclubs doen dat liever niet door te corresponderen, niet door plaatjes te kijken via internet. Nee, fotografen willen elkaar op de club graag persoonlijk zien en met elkaar praten over foto’s. Eerder dit jaar gooide het coronavirus alles overhoop. De clubs kwamen niet meer bij elkaar, tentoonstellingen werden afgelast, jureringen vervielen. Het maakte ons onzeker, maar we hoopten na de zomer weer bij elkaar te komen. Er ontstonden digitale initiatieven via Zoom en Dropbox. Opeens konden foto’s ook via internet gezien en besproken worden. Minder praktisch dan voorheen, maar het was maar tijdelijk. Maar dan worden de beperkingen aangescherpt. Nederland wordt opgeroepen om niet-noodzakelijke reizen en bijeenkomsten te vermijden. De fotoclubs breken hun hoofd opnieuw over zaalinrichting en mondkapjesgebruik. In november worden de bijeenkomsten gestaakt. Opnieuw wordt door de clubs gepiekerd over oplossingen. Is dit de doodsteek voor de fotoclub? Nee. Verrassend genoeg blijkt het clubgevoel heel sterk. Veel leden ontmoeten elkaar nog op clubavonden, zij het met grotere onderlinge afstand dan vroeger. Foto’s worden op internet geplaatst en besproken. Andere clubs sturen documenten rond met foto’s en commentaren. Fotoclubs blijken taai. Het aantal opzegging van clubs is vooralsnog niet groter dan de gebruikelijke aantallen van de afgelopen jaren. Het wordt weliswaar niet gecompenseerd door evenveel nieuwe clubs, maar van een uittocht is geen sprake. Blijkbaar is er hoop. Hoop op een herleving van de normale bijeenkomsten, hoop op de werking van de nieuwe digitale omgangsvormen. De Fotobond heeft zijn focus gelegd op digitale initiatieven. In the picture houdt de leden bij de les, levert elke week veel inzendingen op en wordt hoog gewaardeerd. Er zijn dingen in ontwikkeling, zoals een fotobespreek- en wedstrijdapp voor clubs en afdelingen. Er wordt een modelwebsite gemaakt die clubs kan helpen de communicatie tussen de leden te onderhouden. Soms kunnen dingen beter centraal worden ontwikkeld, ten bate van de overleving van de clubs. Ik vertrouw erop dat er een nieuw evenwicht wordt gevonden tussen fysieke en digitale aanwezigheid. Ik ben ervan overtuigd dat de wens om foto’s met elkaar te delen en te bespreken aanwezig blijft, en daarmee de behoefte aan een lokaal platform. Communiceren over foto’s stimuleert veel vrijetijdsfotografen in hun fotografie. Zonder club mis je de uitdaging. Net als veel leden ben ik ervan overtuigd dat het na enige tijd beter wordt. Misschien anders dan vroeger, maar nog steeds zinvol. We blijven fotograferen. We blijven elkaar graag stimuleren en uitdagen om beter te worden. De Fotobond bundelt 270 hoopvolle fotoclubs.

Oege Lam, algemeen voorzitter Fotobond

Foto: John Schenk