Drive & Droom / Project


WARD HABETS

Persoonlijk lid

“IJsvereniging Nooit-Gedacht bij Gorinchem heeft een ijsbaan met een open verbinding met de Linge, die daardoor permanent onder water staat. Van alle banen in de Betuwe is dit de kleinste. De vereniging spekt zijn kas door het houden van ‘draaiavonden’. Met een rad wordt bepaald op welk lot een prijs is gevallen.”

Spijk

Bank

Bank

Enspijk

Enspijk

Ward vertelt me dat de meeste prijzen bestaan uit levensmiddelen, van halve varkens en hanen tot voedselpakketten en taarten. De leden van de vereniging verwijderen de ruige oeverbegroeiing jaarlijks, al sinds 1929. Ward is een gedreven vrijetijdsfotograaf, die zich vastbijt in langlopende projecten, meestal landschappelijk van aard.

“Dat is niet altijd zo geweest.

Toen we in 2003 naar Culemborg verhuisden, werd ik lid van de plaatselijke fotovereniging. Tom Meerman, lid van die club en nu bestuurslid Fotobond, merkte op een gegeven moment op: ‘je lijkt wel een jager die schiet op alles wat hij ziet’. Hij raakte een gevoelige snaar. Eigenlijk werd dat het startpunt van het meer projectmatig werken. Ik denk sindsdien meer na over ‘wat en hoe’ ik wil fotograferen.”


Enspijk

Enspijk

Ward laat me een boekje over een van zijn eerste projecten zien. In ‘Rode Banken’ toont hij steeds twee foto’s op een dubbelpagina. Op de ene zie je hoe het bankje is gesitueerd en op de andere krijg je een beeld vanuit het gezichtspunt van de ‘bankzitter’. Bij veel situaties vraag je je af wat de recreatieve waarde van die plek is. Juist een paar meter verder naar links of rechts, of de bank 180 graden draaien, zou meer kijkgenot hebben opgeleverd. Ondanks de goede composities gaat dit project verder dan het ‘mooie plaatje’. Ward is onderwijssocioloog van beroep en ik zie dat het in veel van zijn projecten, naast de fotografie, ook gaat over de relationele betekenis. Een goed voorbeeld is het project over de volkstuin ‘Lage Prijs’. Ik wil weten of die sociale context voor hem ook aan de orde is in het project ‘Landijsbanen’.

“Ik wil niet verloochenen dat het iets te maken heeft met mijn liefhebberij in de sport èn in het ‘buiten zijn’. Ik heb jarenlang geschaatst bij een ijsvereniging en ben nog steeds in mijn sas op mijn wielrenfiets. Ook het boek over winters in de Neder-Betuwe was een trigger. Het is een historisch boek dat teruggaat naar begin 1900. Het is echt zo, dat de winters toen langer en strenger waren. In deze streek met veel boerenleven was er juist ‘s winters minder werk. De boerenknechten moesten er wat bij gaan doen. Dat verklaart het ontstaan van de landijsbanen. Daardoor kwam er nog een beetje geld op tafel. Vandaaruit ontstonden destijds de plaatselijke ijsverenigingen.

Volkstuin

Haaften

“Landijsbanen kennen een basisvorm, bestaande uit een perceel land met een dijkje om het watervast te houden, een gebouwtje, lantarenpalen voor de verlichting en een pomp om de zaak onder water te zetten. Met name dat beeld heb ik in de afgelopen 3 jaar vastgelegd in een reeks foto’s. Elk van de 15 ijsbanen heb ik in een bepaald stramien vastgelegd. De situering in de landschappelijke omgeving en de randvoorwaarden, zoals de ‘keet’, verlichting en toegankelijkheid. Ik heb ze gefotografeerd in de herfst en winter, juist zonder ijsvloer. Wel met steeds hetzelfde neutrale licht, geen zonnige of ‘slecht-weer’ taferelen.”


Ik onderbreek Ward omdat ik hierin het conceptuele van het project herken. Een stijl of beeldopvatting, die over een langere periode gelijkgericht is, waardoor hij het accent op de inhoud legt. Je wordt niet ‘afgeleid’ door esthetische en fotografische hoogstandjes. Het is de fotografie die door het echtpaar Hilla en Bernd Becher werd gepropageerd en uitmondde in de stroming van de Düsseldorfer Schule. Door juist niet gedurende de ijsperiodes te fotograferen brengt hij extra focus aan in het thema landijsbaan. De verwondering wordt des te groter als je het portfolio bekijkt van 15 ijsbanen met elk drie of vier fraaie zwart-wit beelden. Maar het project is nog niet ten einde.


Kesteren

Kesteren

Kesteren

“Ik denk minstens nog een jaar of drie nodig te hebben voor het vervolg en het begint dus weer een beetje opnieuw. Het ontstaan van de ijsbanen en verenigingen was te verklaren vanuit de leef- en werkomstandigheden aan het begin van de 20e eeuw. Maar wat is in deze tijd, met nog maar nauwelijks schaatswinters, de betekenis van de kleine ijsverenigingen? Gaan ze met zijn allen elke twee weken naar de overdekte ijsbaan in de ‘grote stad’, wachten ze tot het eindelijk gaat vriezen, of zijn ze nog steeds ‘het sociale cement’ in de dorpse gemeenschap?

“Tot nu toe heb ik me verdiept in twee verenigingen. In Enspijk, met 600 inwoners, is al veel verdwenen. Het postkantoor is gesloten, evenals de basisschool, die nog wel dienst doet als kinderopvang voor de allerjongsten en als ontmoetingsplaats voor de alleroudsten. De ijsvereniging, met een formeel bestuur, heeft zich ingezet voor zonnepanelen op o.a. hun clubgebouw en tuigt op een feestelijke en gezellige wijze een grote kerstboom op samen met alle kinderen van het dorp. Het zijn niet alleen de kinderen die genieten, maar het ‘halve dorp’ loopt uit om de Jägermeister-borrels te proeven en te genieten van het plaatselijke dweilbandje en zangkoor. Ik verwacht dat er een scala van activiteiten plaatsvindt, ook buiten de winterperiode, waarmee de 15 ijsverenigingen bezig zijn en die voor het plaatselijke leven waardevol zijn.”

We gaan het zien, de komende jaren. Het is duidelijk dat Ward er veel zin in heeft om dit in beeld te brengen. Een project met Hollandse Beelden! Misschien zien we dat mettertijd wel terug in het professionele beeldmagazine met die naam.


Peter van Tuijl