Project


Herinneringen van een kind, mijn vader

De vader van Ireen Kerkman was net elf toen er een einde kwam aan de tweede wereldoorlog. Zijn kindertijd kwam zelden ter sprake in huize Kerkman. Nu, 75 jaar later, heeft dochter Ireen, fotografe, een herdenkingsportret gemaakt van de nog in leven zijnde familieleden Kerkman en de toenmalige buren, de familie Derksen uit Gendt. Nadat de geallieerden het Zuiden van Nederland hadden bevrijd, woedde in de Betuwe nog 200 dagen een hevige strijd en werden in oktober 1944 zestigduizend burgers geëvacueerd. Juist de paar dagen voor de evacuatie vormden, nadat ze met haar vader en anderen in gesprek ging, de aanleiding voor het herdenkingsportret.

Fotografie Ireen Kerkman, tekst Peter van Tuijl

De overgeblevenen uit de schuilkelder, 2020

De overgeblevenen uit de schuilkelder, 2020

“Ons huis”, zegt vader Kerkman, “lag naast die van de families Dors en Gert Derksen. Achter het huis van Gert was een schuilkelder, waar we regelmatig in moesten. Op rustige dagen kwamen we buiten om peren te plukken, de koeien te verzorgen en eieren te halen. Op 6 oktober was er weer een bombardement door de geallieerden. Niemand zat op dat moment in de schuilkelder en er vielen vier doden, drie dochters van Dors Derksen en opa Kerkman.

Mijn vader met zijn schoondochter ter plaatse van de vroegere schuilkelder, 2020

Oma Kerkman en Gert Derksen raakten zwaargewond. Mijn vader werd in zijn rug geraakt door een granaatscherf, net als broer Henk. Mijn kleine babyzusje Ina had een schram aan haar hoofd en Riekie Derksen een hap uit haar wang, ook door een scherf. Oma Kerkman, broer Henk en Riekie Derksen werden door de Duitsers naar het zusterklooster in Doornenburg gebracht, waar oma de volgende dag alsnog aan haar verwondingen overleed.

Mijn vader, Jo en Wim Maalderink, 2020

Thea Derksen

Ria Kerkman

Jo Kerkman

Ina Kerkman

De gevechten hielden 14 dagen aan en we zaten opgepropt met elkaar in de schuilkelder. Ook de zwaargewonde buurman Gert, die vreselijk lag te kermen vanwege de pijn, is uiteindelijk in de schuilkelder overleden. Toen de bombardementen ophielden zijn we naar buiten gegaan en stonden de Duitse soldaten met getrokken pistolen voor ons en sommeerden ons te vertrekken. We hadden geen keuze, anders werd mijn vader

naar het front gestuurd en moeder met de kinderen naar een kamp gebracht. We hebben die dag eerst kisten gemaakt om alle doden die buiten lagen te begraven, voordat we uiteindelijk vertrokken. Lopend, met een vol beladen krui- en kinderwagen via de pont in Doornenburg naar Pannerden. Uiteindelijk kwamen we na een spannende week aan bij de familie Maalderink in Keijenborg in de Achterhoek.”

Henk Kerkman

Ger Derksen

Coby Derksen

Bennie Kerkman

Ans Derksen

An Kerkman

Eind januari 2020, 75 jaar na de bevrijding van Gendt, werd de portretcollage van Ireen Kerkman in Museum Niemandsland onthuld. Ireen vertelde over de reis die ze vorig jaar vanuit Gendt naar de Achterhoek maakte via dezelfde route als de familie van haar vader destijds. Naar Wim Maalderink, even oud als haar vader, die destijds samen kattenkwaad uithaalden in de relatief rustige Achterhoek. De herinneringen werden levend door deze mensen op leeftijd. Het was toen dat Ireen besloot om de overlevenden van toen te laten herleven in hedendaagse portretten. Zelf zegt ze tijdens de onthulling van haar portretreeks in

Museum Niemandsland in Gendt het volgende. “Waar ik echt de aandacht op wil vestigen zijn de personen achter de foto. De kinderen van toen, die in hun jeugd vele momenten van echte angst hebben meegemaakt. Als kind mensen zien sterven: hun opa, oma, zussen, vader en anderen. Ze zaten in een donkere schuilkelder met elkaar, maar ieder met zijn eigen angst en beleving. In het donker de geweerschoten horen klinken en de grond voelen schudden door de bommen. De angst in de ogen van je ouders te zien. De vlucht naar het onbekende, terwijl de gevechten onderweg om je heen doorgaan. En dan ben je kind… “